<Dit artikel verscheen eerder in aangepaste vorm in Tribune, het clubblad van RTC Den Haag.>


Na mijn vorige bijdrage, op veler verzoek, bij dezen een vervolg over hardlopen en de techniek van het hardlopen. Looptechniek is namelijk te trainen en te verbeteren. Looptechniek is geen zaligmakende voorbode voor snelle tijden, maar het kan hierin wel helpen. En het kan ook blessureleed voorkomen.

Loopstijl en -techniek

Loopstijl is niet hetzelfde als looptechniek. Loopstijl is iets eigens, voor iedere loper specifiek, wat niet of nauwelijks te beïnvloeden is. Kijk eens naar beelden van marathonloper Paula Radcliffe of de toenmalige topper Densamo die ik in mijn jeugd op televisie de Rotterdam marathon in wereldrecordtijd zag winnen. Beide zijn geen toonbeelden van technische perfectie. Toch gingen ze gruwelijk hard. En er zal ook best veel op techniek getraind zijn.
Soms heb je als loper een trekje of bepaalde houding die er zo ingesleten zit dat deze er niet uit te rammen is. Niet door vele uren te lopen, niet door vele oefeningen, niet door telkens weer erop hamerende trainers. En als er ook geen klachten zijn, is het ook niet persé nodig om te streven naar theoretische, technische perfectie.
En sta je niet open voor verbetering van je looptechniek kun je tegen de trainer altijd zeggen: “geen beginnen aan, dat is nu eenmaal mijn loopstijl”. Voor de trainer is dan ook duidelijk dat zij haar energie in andere atleten kan stoppen. :)

Voor wie wel interesse heeft om zijn/haar looptechniek te verbeteren hierbij weer wat aanknopingspunten en tips. Gewoon kilometers maken is en blijft de basis om beter te gaan lopen. Hoe simpel kan het zijn. Daarnaast zijn loopscholingsoefeningen goed om bewust met techniek bezig te zijn en deeltjes van de loopbeweging afzonderlijk te oefenen. Ook variatie in ondergrond en trainingstempo draagt bij aan het verbeteren van de looptechniek.

Variatie ondergrond

Loop je voornamelijk op de weg, dan is de belasting eentoniger dan wanneer je afwisselt. Op bosgrond is de impact van iedere stap op spieren, pezen en gewrichten lager. Op het strand kost het lopen weer veel meer kracht. En op de atletiekbaan is het weer veel gemakkelijker om op souplesse te lopen door de geconditioneerde omgeving met, buiten het weer, minimale externe beïnvloeding.
Afwisseling leert je lichaam om het zich aan te passen aan de omstandigheden en te variëren wanneer de situatie daar om vraagt. Hierdoor wordt het gemakkelijker om je eigen optimum te vinden voor je persoonlijke looptechniek. En de variatie in belasting heeft een preventieve werking in het voorkomen van blessures.
Naast variatie in ondergrond heb je ook nog de verschillen in, bijvoorbeeld, vlak versus heuvelachtig en wind mee versus wind tegen. Met de diversiteit aan omstandigheden leer je er ook mee te spelen. En kun je het lichaam eigen maken te variëren en ermee om te gaan.

Variatie trainingstempo

Train je één trainingstempo, dan is dat op den duur ook daadwerkelijk het enige tempo dat je kunt lopen. Dat is verre van ideaal. Over de balans tussen rustig en intensief trainen wil ik later nog eens uitweiden. Hier een toelichting op de variatie in tempo met betrekking tot looptechniek.
In de meest simpele vorm heb je drie tempo’s die je kunt (en moet!) trainen:

  • je beoogde wedstrijdtempo;
  • langzamer dan wedstrijdtempo;
  • sneller dan wedstrijdtempo.

Tijdens langere, rustige trainingen loop je anders dan tijdens korte sprintjes. De grondcontacttijd en de paslengte zullen variëren. Dit geeft een andere houding. En hiervan kun je gebruikmaken en leren. Variatie in tempo geeft je ook hier weer de mogelijkheid om je eigen optimum te zoeken bij het wedstrijdtempo of om afwisseling aan te brengen als de omstandigheden hier om vragen.
Loop je langere, langzamere trainingen en begin je moe (of lui) te worden, dan helpt het om even 3x30 seconden een versnelling te doen om je lichaam een fysieke en mentale oppepper te geven en anders te gaan lopen. Hiermee prikkel je ook je hersenen om daadwerkelijk beter te gaan lopen.

Voor iedereen die wedstrijden meedoet is het trainen van het wedstrijdtempo noodzakelijk. Het tempo wat je nastreeft zul je je lichaam eigen moeten maken, ook onder vermoeidheid. Technisch beter gaan lopen aan het einde van de wedstrijd is trainbaar door het ‘gewoonweg’ te oefenen en de situatie na te bootsen middels een intervaltraining of een blok op wedstrijdtempo tijdens een duurloop. Hierbij is het wel van belang dat je dit rustig opbouwt, want wedstrijdtempo is intensief en daarmee een hoge belasting voor het lichaam.